algemeen

algemeen

Werken vanuit thema’s in de groepen 1 t/m 4

Als we kijken naar hoe de ontwikkeling van jonge kinderen verloopt, kunnen we al veel zien door het spel van het kind te observeren. Spelen is één van de belangrijkste manieren om tot ontwikkeling te komen en dus ook te leren. Kunnen en willen spelen is voorwaarde voor alle ontwikkeling. Op school is de leerkracht ervoor om de kinderen te helpen spelen en te leren spelen.

De manier waarop met de leerlingen gewerkt wordt beoogt samenhang te bewerkstelligen tussen functieontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, verkenning van de wereld en een eerste kennismaking met enkele vak- en vormingsgebieden.

Voorwaarden om tot een optimale ontwikkeling te komen zijn:

- het emotioneel vrij zijn;
- nieuwsgierig zijn;
- het hebben van zelfvertrouwen .

Wanneer aan deze voorwaarden is voldaan kunnen leerlingen: actief zijn, zich uiten en vorm geven – communiceren, de wereld verkennen, voorstellingsvermogen en creativiteit ontwikkelen,samen spelen en werken, zelfsturing en zelfstandigheid opbouwen, reflecteren, redeneren en problemen oplossen.

We werken aan de gebieden van de specifieke kennis en vaardigheden:
woorden en begrippen, waarnemen en ordenen, motorische vaardigheid, hoeveelheden en bewerkingen, gereedschappen en technieken, sociale vaardigheid, schematiseren en symboolvorming, geschreven en gedrukte taal.

 

Wat betekent dit nu voor het jonge kind?

Wil een kind tot goede activiteiten en prestaties komen dan zal het zich lekker in zijn vel moeten voelen. Het aanbod wat de leerkracht geeft moet van kwaliteit zijn om de kinderen te stimuleren tot activiteit en opdoen van ervaringen. Ze moeten samen kunnen werken, communiceren en verantwoordelijkheid kunnen dragen. Activiteiten moeten voor de kinderen zinvol zijn en betekenis hebben; de kinderen moeten zich betrokken voelen bij het aanbod .

In de praktijk betekent dit dat er in alle groepen met thema's wordt gewerkt, die ongeveer 6 tot 8 weken duren. De begeleiding van de kinderen door de leerkrachten heeft als doel het verbeteren van de interactie met en door kinderen binnen deze activiteiten. In de kleutergroepen worden ook de taal-, reken- en schrijfactiviteiten hierop afgestemd.

Ook wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn om een activiteit buiten de school te kiezen of iemand binnen de school te halen, die een verdieping van het thema kan betekenen.

Het vertelkastje

De kinderen beluisteren in tweetallen een aantal keren het verhaal bij een prentenboek,terwijl zij naar de platen kijken.

Diezelfde platen zijn gemaakt voor het vertelkastje. Dit is een fraai uitgevoerd kastje dat op een tafeltje staat, waarvan de deurtjes geopend kunnen worden, waardoor er een plaat zichtbaar wordt. Deze plaat kan weggeschoven worden, waarna de volgende zichtbaar wordt. Wanneer de kinderen het verhaal voldoende hebben leren kennen, gaan zij het verhaal aan de hand van de platen vertellen. Op deze wijze kunnen zij het verhaal presenteren aan andere kinderen van de groep. Zij werken zo aan verhaalbegrip, formuleren en samenwerken.

De verteltafel

De leerkracht leest een prentenboek voor, waarin veel dialoog zit. In eerste instantie leest zij voor aan de hele groep en vervolgens aan een klein groepje kinderen. Zij herhaalt deze voordracht met behulp van materialen als poppen, knuffels e.d. die het verhaal vertellen en uitbeelden. Gaandeweg kunnen de rollen van de poppen, knuffels overgenomen worden door de kinderen. Het is de bedoeling dat de kinderen zich de boekentaal eigen maken. Ook werken zij zo aan verhaalbegrip en samenwerken.

De themahoeken

In het lokaal zien we verschillende naar het thema ingerichte hoeken. In die hoeken is duidelijk te zien op welke wijze hier rekenkundige en taalkundige activiteiten plaatsvinden.

De kleine kring

In de kleine kring (4 tot 6 kinderen) wordt een boek of een thema aangeboden.
Wanneer het een prentenboek betreft wordt dit prentenboek benaderd vanuit een aantal invalshoeken, zoals deze door de leerkrachten van de groepen 1 t/m 3 zijn afgesproken.
Deze invalshoeken zijn allemaal gericht op verhaalbegrip en verhaalbeleving.
Wanneer een thema wordt aangeboden, gebeurt dit met gerichtheid op veel interactie.
De kleine kring wordt gekozen voor deze activiteiten, omdat de betrokkenheid in zo ’n kleine bezetting het grootst is.

 

Werken in de groepen 3 en 4

Ook voor deze leerlingen geldt:

Voorwaarden om tot een optimale ontwikkeling te komen zijn
- het emotioneel vrij zijn;
- nieuwsgierig zijn;
- het hebben van zelfvertrouwen.

Daar een structurele opbouw middels een methode in deze groepen een groot belang heeft, wordt er in deze groepen gewerkt met reguliere methodes. Binnen het gebruik van de methode wordt zoveel mogelijk ruimte gezocht om de leerlingen vanuit hun individuele behoefte te benaderen, om zodoende de voorwaarden om tot optimale ontwikkeling te komen te bewerkstelligen.

De thema’s die in de methodes aan bod komen vormen het uitgangspunt  voor allerlei lees- taal- reken- schrijf en creatieve activiteiten, maar ook activiteiten richting wereldoriëntatie. Dit om het betekenisvolle en de betrokkenheid te vergroten. Ook wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn om een activiteit buiten de school te kiezen of iemand binnen de school te halen, die een verdieping van het thema kan betekenen. Ook wordt nagegaan of er mogelijkheden zijn om een activiteit buiten de school te kiezen of iemand binnen de school te halen, die een verdieping van het thema kan betekenen.

Thematisch zaakvakkenonderwijs in de groepen 5 t/m 8

In de bovenbouwgroepen zien we het werken met thema's vooral terug binnen het zaakvakkenonderwijs: de vakken aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkennis worden niet meer als aparte vakken gegeven, maar aangeboden binnen een thema.

Een thema wordt meestal aangesneden vanuit een woordweb op het bord,  een inleidend verhaal, film of videofragment. Samen wordt er een woordveld m.b.t. het thema gemaakt of uitgebreid. De subonderwerpen worden over diverse groepjes verdeeld en kinderen gaan hierna aan de slag. Zij zoeken zelf informatie op in ons documentatiecentrum, in meegebrachte boeken van thuis of uit de bibliotheek, via de computer (encarta of internet) of via ons documentatiecentrum.

Uiteindelijk resulteert al het werk in een presentatie. Dit kan zijn: een muurkrant, een informatiezuil, een werkstuk, een computerpresentatie enz. Tegen het einde van de periode waarin het thema aan de orde is, geven de verschillende groepjes presentaties aan de klas en wordt er door de leerkracht een "proefwerk" afgenomen.

In de bovenbouw worden de taal- en rekenlessen gegeven vanuit de bestaande taal- en rekenmethodes.

Terug

Wolfsdonk 6

4861 BB Chaam

0161-491693

info.driesprong@nullhetgroenelint.nl