L.G.F.

Start
Omhoog

 

Beleid inzake Leerling gebonden financiering. (LGF)

1.      Inleiding:

Per 01-08-2003 treedt de Wet op de Leerlinggebonden Financiering, ook wel het rugzak-beleid,  in werking. Het gaat in deze om een rechtregeling voor ouders die hun (gehandicapt) kind in het reguliere onderwijs willen plaatsen. Men wil de keuze vrijheid van de ouders hiermee vergroten. Dit houdt echter niet in dat er sprake is van een plaatsingsplicht voor een reguliere school.

De invoering van de LGF houdt voor De Driesprong een heroverweging in van ons aannamebeleid. Kern van de afweging om een kind al of niet toe te laten op De Driesprong is de vraag of de combinatie van handicap en de extra onderwijsondersteuning die noodzakelijk is, spoort met de mogelijkheden van onze school. Of zoals het in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel staat: “De keuzevrijheid van ouders kan worden beperkt door de aard en de zwaarte van de handicap en de feitelijke (on)mogelijkheden van de reguliere scholen om de gehandicapte kinderen op te nemen.”

2. De LGF in de wet op het primair onderwijs.

In het kader van de invoering van de Rugzak zijn ook enkele artikelen in de WPO gewijzigd en/of toegevoegd:

Artikel 9: Kerndoelen.

In dit artikel is een zin opgenomen die aangeeft dat, in het voor een kind met een rugzak op te stellen handelingsplan, vervangende doelen kunnen worden aangegeven.

Artikel 12 en 13: schoolplan en schoolgids.

In de schoolgids en schoolplan wordt het onderwijskundig beleid en de wijze waarop de zorg wordt vormgegeven opgenomen. Dit beleid geldt ook voor kinderen met een rugzak.

Artikel 23: PCL

Dit artikel geeft duidelijkheid over de hiërarchie in de indicatiestelling. Een indicatiestelling van een CvI kan de beschikking van een PCL “overrulen”.

Artikel 40a: handelingsplan.

Voor iedere rugzakleerling moet een handelingsplan worden opgesteld in overeenstemming met de ouders. (uiterlijk een maand na inschrijving) Dit handelingsplan moet jaarlijks worden geëvalueerd.

Artikel 43: onderwijskundig rapport.

Als een kind verwezen wordt naar een CvI (aangemeld door de ouders/verzorgers) is het onderwijskundig rapport vergelijkbaar met het owk-rapport voor de PCL.

Artrikel 63:

Als een ouder/verzorger om toelating verzoekt, dan is (ook het bijzonder onderwijs) men verplicht om binnen 8  weken te reageren.

Artikel 70a: recht op een rugzak.

Als een school een rugzakleerling inschrijft dan meldt men dit bij het CFI. Een maand later volgen fre’s en de euro’s. Ook moet worden aangegeven van welke REC school men de ambulante begeleiding wil ontvangen. Aan deze school maakt het CFI de fre’s voor de ambulante begeleiding over. Ook regelt dit artikel dat de bekostiging van de rugzakleerling stopt per ingang van het nieuwe schooljaar als de rugzakleerling verhuist.

3.      Voor wie is de rugzak bedoeld?

De rugzak, of leerlinggebonden financiering is bedoeld voor kinderen met een handicap, die extra voorzieningen nodig hebben om (gewoon) basis- of speciaal onderwijs te volgen. Concreet gaat het over:

-        
Dove en slechthorende kinderen
-        
Kinderen met ernstige spraak/taal moeilijkheden
-        
Lichamelijk gehandicapte kinderen
-        
Verstandelijk gehandicapte kinderen
-        
Meervoudig gehandicapte kinderen
-        
Langdurig zieke kinderen
-        
Kinderen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen
-       
Leerlingen uit de zg. REC 1 scholen, visueel gehandicapte leerlingen, vallen vooralsnog
         buiten deze LGF regeling.

4.      Hoe werkt de rugzak?

Ouders en verzorgers van kinderen met een lichamelijke of een verstandelijke handicap of ouders en verzorgers van kinderen die moeilijk te begrijpen gedrag vertonen hebben vaak behoefte aan steun en advies. Scholen die samenwerken binnen het Regionaal Expertisecentrum, de zg. REC scholen, kunnen die steun en/of advies geven.

Allereerst moet bekeken worden of een kind in aanmerking komt voor de LGF. Een onafhankelijke Commissie voor Indicatiestelling (CvI) bekijkt het kind en stelt vast of het kind recht heeft op extra middelen om goed onderwijs voor dit kind mogelijk te maken. Om haar werk goed te kunnen doen heeft de CvI een dossier nodig van het kind. De ouder/verzorger heeft de plicht om een dossier (bestaande uit o.a.  onderwijskundige gegevens, medische gegevens, psychologische gegevens, maatschappelijke gegevens) van het kind samen te stellen. Tevens vult de ouder/verzorger een aanmeldingsformulier in.

Als blijkt dat het kind aan de indicatiecriteria voldoet (een positieve besluit) dan heeft de ouder/verzorger de keuze het kind aan te melden op een:

-     
School voor speciaal onderwijs waarvoor uw kind geďndiceerd is.
-      School voor regulier onderwijs.

In dit beleidstuk vindt u de procedure die we elke keer opnieuw aangaan als een ouder/verzorger komt met de vraag om haar/zijn kind:

1.     Met een positieve beschikking van een Commissie van Indicatiestelling (ook wel een leerling met een rugzak genoemd) of

2.     Met een positieve beschikking van de Permanente Commissie van Leerlingenzorg van het samenwerkingsverband Nieuw Ginneken of

3.     Met een terugplaatsingverzoek van een speciale school te plaatsen op De Driesprong.

5.      Specifiek HGL beleid inzake LGF.

Vanuit onze “bijzondere signatuur” willen we opkomen voor de zwakkere(n) in onze maatschappij. We willen in principe de rugzakkinderen de mogelijkheid geven tot integratie in onze schoolgemeenschap om hen zo de mogelijkheid te bieden beter in te groeien in onze maatschappij. De omgang met kinderen die anders zijn, werkt verrijkend voor “beide partijen”.

Het gevolg van deze positieve grondhouding t.o.v. de rugzakleerling is echter niet, dat we ten alle tijden een leerling met een positieve beschikking van de CvI plaatsbaar achten op één van onze scholen.

Omdat het, zeker in de eerste periode, erg onzeker is wat de concrete, praktische uitwerking van deze Wet zal zijn, is het beleid van HGL vooralsnog terughoudend. Daarom zal in elk schoolspecifiek gedeelte:
-    
een duidelijke kwantitatieve limiet moeten worden aangegeven
-    
een duidelijk ontwikkelingsperspectief voor het betreffende rugzakkind kunnen worden aangegeven
-    
duidelijk moeten worden aangegeven dat de opvang van een rugzakleerling niet ten
     koste gaat van de overige leerlingen en/of volwassenen op de betreffende school

De schoolcommissie van elke school van HGL is door het Algemeen Bestuur van SKO Het Groene Lint gemandateerd om de concrete toelaatbaarheidsprocedure concreet af te handelen.

6.      Schoolspecifieke procedure van De Driesprong.

1.     Ouders/verzorgers van een kind met een handicap, die denken dat hun kind speciale voorzieningen nodig heeft, melden hun kind aan bij een CvI, ondergebracht bij een REC in de regio waar de ouders/verzorgers woonachtig zijn. De CvI beoordeelt aan de hand van landelijk opgestelde objectieve criteria. Indien nodig kunnen we ouders/verzorgers hierbij helpen.

2.     Met een positieve beschikking (een positieve indicatiestelling) van de CvI, dat hun kind in aanmerking komt voor een LGF, kunnen ouders/verzorgers hun kind aanmelden bij

-    
School voor speciaal onderwijs waarvoor uw kind geďndiceerd is.
-    
School voor regulier onderwijs.

3.     De ouders/verzorgers dienen een schriftelijk verzoek tot aanmelding in bij De Driesprong. De school bespreekt samen met de ouders de aard van de handicap c.q. belemmering(en) van hun kind. In dit overleg wordt getracht inzicht te krijgen in de mogelijkheden van de school om de leerling te helpen in zijn/haar ontwikkeling. Besloten kan worden om externe deskundigen in te schakelen om de hulpvraag en de mogelijke consequenties hiervan duidelijk te krijgen.

4.     Als de specifieke hulpvraag duidelijk is, toets de school de vraag aan het schoolspecifieke aanname beleid. (Zie 7. Schoolspecifiek beleid voor LGF)
Na deze toetsing wordt de leerling al of niet toelaatbaar bevonden. Dit besluit wordt mondeling aan de ouders/verzorgers meegedeeld en hierna schriftelijk met redenen omkleed bevestigd door het bevoegd gezag.
Als een kind niet toelaatbaar wordt geacht zal het bevoegd gezag in haar schriftelijke bevestiging van dit besluit de ouders/verzorgers wijzen op de mogelijkheid van bezwaar en beroep.

5.     Als een kind toelaatbaar wordt geacht, verzorgt de directie de melding bij het CFI, zodat de rugzakmiddelen (fre’s en euro’s) aan de school kunnen worden toegekend.
Indien nodig wordt samen met de ouders gekozen voor een REC school die de ambulante begeleiding voor haar rekening zal gaan nemen. De locatie van De Driesprong bepaalt van welke REC de ambulante begeleiding zal worden betrokken. Deze keuze wordt ook door de directie doorgegeven aan het CFI, zodat deze school ook de middelen toegewezen krijgt.

6.     Als een kind toelaatbaar wordt geacht, wordt een handelingsplan opgesteld in de eerste maand van haar/zijn verblijf op De Driesprong. Dit handelingsplan kan worden opgesteld met de deskundigen van het REC, de ouders/verzorgers en De Driesprong. In het handelingsplan wordt aangegeven van welke zorg en behandeling sprake is en welke onderwijsdoelstellingen op welke wijze worden nagestreefd. In het handelingsplan is ook de taakverdeling tussen met name het REC en De Driesprong geregeld. De ouders ondertekenen dit handelingsplan, zodat zij hieraan hun instemming verlenen.

7.     Het handelingsplan wordt regelmatig, minimaal één keer per jaar geëvalueerd. In deze evaluatie gaan ouders/verzorgers, De Driesprong en de ambulante begeleid(st)er van het REC na hoe de ontwikkeling van de leerling verloopt. Na ten hoogste 2 jaar volgt een herindicatie. De CvI gaat na of er nog steeds sprake is van een handicap, waardoor deelname aan het reguliere onderwijs belemmerd wordt. Aangezien de meeste handicaps van blijvende aard zijn, zal dit vaak het geval zijn. Indien dit het geval is, wordt opnieuw een leerlinggebonden budget vastgesteld. 

7.      Schoolspecifiek beleid inzake LGF.

De Driesprong heeft in het verleden reeds leerlingen opgevangen die volgens de huidige indicatiecriteria een positieve indicatiestelling zouden krijgen. Vanuit onze “bijzondere signatuur” willen we opkomen voor de zwakkere(n) in onze maatschappij. We willen in principe de rugzakkinderen de mogelijkheid geven tot integratie in onze schoolgemeenschap om hen zo de mogelijkheid te geven beter in te groeien in onze maatschappij. De omgang met kinderen die anders zijn, werkt verrijkend voor “beide partijen”. Zo kan een rugzakleerling bijdragen aan het ontwikkelen van een positief mensbeeld van onze reguliere leerlingen.

Voordat een leerling plaatsbaar geacht wordt, zal aan een aantal voorwaarden moeten worden voldaan:

VOOR HET KIND

a)      Ontwikkelingsmogelijkheden, welbevinden en belasting.

-   
Het kind moet op De Driesprong zijn/haar mogelijkheden zo optimaal mogelijk
    kunnen ontwikkelen.

-   
Het moet gelukkig kunnen zijn (welbevinden) zonder dat daarbij de ontwikkelingskansen
    van andere kinderen of groep(en) wordt belemmerd.

b)      Participatie.

-      Sociaal: Het kind moet aanspreekbaar zijn. Het moet verbaal en non-verbaal kunnen communiceren met kinderen en volwassenen op onze school.

-      Fysiek: Het kind moet kunnen staan en/of zitten gedurende enige tijd. Als hiervoor specifieke belemmeringen zijn wordt per situatie bekeken in welke mate deze belemmeringen een fysieke participatie in de weg staan.

-      Didactisch: Het kind moet positief kunnen reageren op de hem/haar aangeboden (aangepast) materialen. Er moet een interactie teweeg gebracht kunnen worden tussen kind-leerkracht-leerstof-materiaal die erop gericht is het kind iets te leren.) Er moet sprake zijn van een duidelijke leerbaarheid. Het kind moet op een redelijke wijze individueel en zelfstandig kunnen werken. (Natuurlijk gerelateerd aan de leeftijd.)

-      Sociaal- emotioneel: Het kind moet op eenvoudige wijze emotionele uitingen kunnen herkennen (huilen – lachen – verdriet). Het moet zodanige sociale vaardigheden beheersen dat het normaal moet kunnen functioneren en niet storend is binnen de groep.

c)       Zelfredzaamheid.

-     
Het kind moet zich, afhankelijk van de leeftijd, enigermate kunnen aankleden.
-     
Het kind moet het gebruik van het toilet kennen en na verloop van tijd zindelijk zijn.
-     
Vanaf groep 3 moet het kind zelfstandig naar het toilet kunnen gaan.

VOOR DE LEERKRACHT

-      De begeleiding van het kind mag niet leiden tot een te zware belasting van de leerkracht die het kind begeleidt. Dit betreft de directe begeleiding van het kind en de groep in de klassensituatie en tijdens de noodzakelijke buitenschoolse activiteiten.

-      Op de Driesprong kennen we reeds zorgleerlingen die op de school gebleven zijn in het kader van de WSNS-operatie. Dit zijn de leerlingen die een groot handelingsplan hebben en gebruik maken van onze hulpklas. In een groep waarin meer dan 3 van deze zorgleerlingen zitten, kunnen geen rugzakleerlingen geplaatst worden.

-    De leerkracht moet de hulp aan het kind zodanig kunnen inrichten dat hij/zij ten alle tijden in het kader van zijn/haar verantwoordelijkheid het overzicht op de groep moet kunnen behouden.

VOOR DE OUDERS/VERZORGERS

-      De ouders/verzorgers moeten bereid zijn tot het voeren van een open gesprek, tot het voeren van regelmatig overleg.

-      De ouders moeten na het intake gesprek en het opstellen van het handelingsplan een reëel verwachtingspatroon hebben van de ontwikkelingsmogelijkheden van hun kind en van begeleidingsmogelijkheden van De Driesprong en de ambulante begeleid(st)er van het REC.

-      De ouders/verzorgers moeten bereid zijn om samen met de school (en evt. het REC) alle mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot een zo optimaal mogelijke begeleiding binnen de school.

ANDERE INSTANTIES

-      Het verzoek tot plaatsing moet mede gedragen worden door instanties die de ouders en het kind op moment van het verzoek tot aanmelding begeleiden.

-      Het REC/de ambulante begeleid(st)er moet bereid zijn tot het opstellen van een handelingsplan voor het kind met een rugzak.

-      Het REC/de ambulante begeleid(st)er moet bereid zijn het opgestelde handelingsplan regelmatig (minimaal één keer per 2 maanden) te evalueren. Hierbij worden steeds vragen gesteld over:

§        
het welbevinden en de ontwikkeling van het rugzakkind op De Driesprong
§        
het welbevinden en de ontwikkeling van de andere kinderen in de groep
§        
de extra belasting van de leerkracht

VOOR DE SCHOOL

-      
Als school voeren we een open gesprek met de ouders/verzorgers van een (mogelijke) rugzakleerling.
-      
Bij plaatsing wordt een handelingsplan opgesteld in overleg met de ambulante begeleid(st)er
       en de ouders/verzorgers.

-      
De school zet de door het ministerie in het kader van de LGF beschikbaar gestelde middelen
       in zoals opgenomen in het handelingsplan, rekening houdend met de voor onze basisschool
       normale overhead.

-      
De school is bereid om zich steeds beter toe te rusten voor het optimaliseren van de
       ontwikkeling van de geplaatste "rugzak"-kinderen.

-      
De school is bereid eventueel (kleine) organisatorische aanpassingen te doen.

      Aantal kinderen:
-      
Afhankelijk van de opgedane ervaring en deskundigheid kan besloten worden tot
       het opnemen van meerdere rugzakleerlingen. Voorlopig is ons uitgangspunt dat er
       maximaal één rugzakleerling per bouw wordt geplaatst. We onderscheiden in dit kader:
       onder- midden- en bovenbouw, resp. groepen 1-2, 3-5 en 6 t/m 8.

-      
Omdat De Driesprong zich oriënteert op een structurele werkwijze voor de
       sociaal-emotionele ontwikkeling van de reguliere leerlingen, kunnen we voorlopig
       rugzakkinderen behorende tot REC 4 (gedrags- en/of psychiatrische problemen) niet
       plaatsen.